U gebruikt momenteel een verouderde browser. U kunt deze updaten op:
X

Publicaties

Increasing Performance of Professional Soccer Players and Elite Track and Field Athletes with Peak Performance Training and Biofeedback: A Pilot Study - 19 Oct 2016

The aim of this pilot study was to investigate the effects of an intervention consisting of mental coaching combined with either electro encephalogram (EEG) alpha power feedback or heart rate variability (HRV) feedback on HRV, EEG outcomes and self-reported factors related to stress, performance, recovery and sleep quality in elite athletes. A prospective pilot study was performed with two distinct cohorts. Soccer players were provided with four sessions of mental coaching combined with daily HRV biofeedback (Group A); track and field athletes were pro- vided with four sessions of mental coaching in combination with daily neurofeedback (Group B). Measurements were performed at baseline, post intervention and at 5 weeks follow-up. Objective measures: EEG and ECG. Subjective measures: Numeric Rating Scale for performance, Pitts- burgh Sleep Quality Index, Rest and Stress Questionnaire and Sports Improvement-60. Group characteristics were too distinct to compare the interventions. Linear mixed models were used to analyze differences within groups over time. In Group A, significant changes over time were present in alpha power at 5 of 7 EEG locations (p \ 0.01–0.03). LF/HF ratio significantly increased (p = 0.02) and the concentration (p = 0.02) and emotional scale (p = 0.03) of the SIM-60 increased significantly (p = 0.04). In Group B, the HRV low frequency power and recovery scale of the REST-Q significantly increased (p = 0.02 and \0.01 resp.). Other measures remained stable or improved non-significantly. A mental coaching program combined with either HRV or EEG alpha power feedback may increase HRV and alpha power and may lead to better performance-related outcomes and stress reduc- tion. Further research is needed to elucidate the effects of either type of feedback and to compare effects with a control group.

Metenswaardigheden, of hoe help je de complementaire zorg verder? - 1 Aug 2016

Hoe meet je gezondheid? In de zorg zijn standaarden en protocollen ontwikkeld om te bepalen welke behandeling zou kunnen worden ingezet en welk resultaat verwacht mag worden. De subjectieve beleving van gezondheid is moeilijk vast te leggen. Bij de behandeling van vooral chronische klachten is het lastig te bepalen of een interventie of behandeling effect heeft en dat wordt in deze tijd steeds meer gevraagd aan de zorgverleners. Onderzoeksbureau Soffos benadrukt in dit artikel dat de beleving van cliënten bijzonder belangrijk is bij de beoor- deling van effecten van behandelen.

Snurken en slaapapneu: pilot-onderzoek naar het effect van een tongue retaining device - 15 Dec 2015

Inleiding: Bij circa 30% van de Nederlanders treden slaapstoornis- sen op. Een nachtelijk slaaptekort levert op kortere of op langere termijn serieuze gezondheidsproblemen op.1) Een van de belangrijkste oorzaken van slecht slapen is snurken. Snurken wordt veroorzaakt doordat de bovenste luchtwegen vernauwd zijn of doordat de spieren in dat gebied zijn verslapt. Als iemand op de rug slaapt, zakt de tong naar achter in de richting van de keelholte, blokkeert de luchtweg waardoor het snurken wordt veroorzaakt. Omdat het meer inspanning kost om adem te halen tijdens het snurken wordt de diepe slaapperiode niet voldoende gebruikt om uit te rusten. Als gevolg daarvan heeft de ernstige snurker vaak last van slaperigheid en vermoeidheid overdag.

Het komt zelfs voor dat tijdens de diepe slaap de bovenste luchtweg gedeeltelijk (hypopneu) of geheel (apneu), wordt afgesloten. Apneu wordt beschreven als ‘complete afwezigheid van een luchtstroom door de mond of de neus, langer dan 10 seconden’. Hervatting van de ademhaling is pas weer mogelijk na een ontwaakreactie (arousal) en het daarbij optredend herstel van de luchtwegdoorgankelijkheid. Slaapapneu gaat doorgaans gepaard met heftig snurken en forse bewegingsonrust. De karakteristieke patiënt met een obstructief slaapapneu syndroom (osas) is adipeus, snurkt luid, waarbij door de partner ademstilstanden worden waargenomen. Ogenschijnlijk is er een goede slaap met toch slaperigheid overdag, al of niet gepaard gaande met ochtendhoofdpijn en dutjes overdag, waarbij tevens bij poly(somno)gra e een hoge apneu-hypopneu index (ahi) wordt vastgesteld. osas komt echter ook voor bij niet-adipeuze patiënten, bij minder uitgesproken klachten en lagere ahi.

De gevolgen van osas zijn met name hypersomnolentie overdag en afname van de mentale vermogens leidend tot problemen met beroepsuitoefening en sociale participatie, een verminderde kwaliteit van leven, een vergrote kans op ongevallen en hinder voor de partner die daardoor ook slaapproblemen heeft. Daarnaast is osas een risicofactor voor hypertensie en cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit.

De prevalentie van osas in Nederland bedraagt circa 40.000 mannen en circa 10.000 vrouwen. Snurken is het meest gebruikelijke symptoom van osas (95% van de patiënten snurkt). Snurken komt echter in de volwassen bevolking veelvuldig voor, waarvan 25 tot 30% van alle vrouwen en 40 tot 45% van alle mannen regelmatig snurkt.

Het effect van VoetreflexPlusTM therapie op de kwaliteit van leven bij patiënten met verschillende aandoeningen en klachten - 25 Oct 2015

Inleiding: VoetreflexPlus(TM) behandeling lijkt een therapie met goede behandelmogelijkheden voor diverse soorten klachten en aandoeningen. Deze therapievorm is een combinatie van westerse en Chinese massagetechnieken die door de opleiding Total Health aangeboden wordt.

Methode: met behulp van de RAND-36 vragenlijst werd de verandering in de door de cliënt gepercipieerde kwaliteit van leven voorafgaand aan de eerste en na afloop van de laatste behandeling met VoetreflexPlus(TM) therapie vastgesteld. De RAND-36 was aangevuld met vragen naar klachten en aandoeningen waarvoor de cliënten behandeling zochten. 107 cliënten vulden zowel voor als na de behandelingen de vragenlijst in. Resultaten: significante verbeteringen zijn onder meer gemeten bij klachten aan het bewegingsapparaat, darmen, gynaecologie, hormoonstelsel, keel, neus, oren en ogen en bij psychische klachten. Gemeten op de dimensies van de RAND-36 waren mentale gezondheid, fysiek functioneren, emotioneel functioneren, gezondheidsverandering, algemene gezondheidsbeleving en vitaliteit significant verbeterd.

Conclusies: op een aantal ziektebeelden waar regulier minder winst te behalen is wordt met behulp van VoetreflexPlus(TM) behandeling in deze groep van 107 cliënten zoveel winst behaald, dat vervolgonderzoek om specifieker naar bepaalde aandoeningen te kijken de moeite loont.

De huidige stand van Zorg Natuurlijk Bewijzen - 1 Oct 2013

Momenteel zijn er tussen de 30 en 50 therapeuten die meedoen met het project. Dat mag dus best nog wel wat groeien, of beter: dat moet groeien, willen we echt met representatieve gegevens communiceren naar biivoorbeeld overheid en zorgverzekeraars. Mocht je nou denken: ik wilde wel, maar toen kwam het niet goed uit, dan is het goed te weten dat je op ieder moment in kunt stappen. ledereen is en blijft welkom, met weinig of met veel cliënten, nu of over een jaar. Alleen door veel gegevens te verzamelen kunnen we een stem maken, Mieke: 'Je leest in de kranten dat er steeds meer wordt gestuurd op preventie en verbetering van kwaliteit van leven. Mensen beginnen er steeds meer van doordrongen te raken dat niet alles opgelost kan worden. We worden allemaal chronisch ziek straks en zullen daarom langdurig behandeld moeten worden; iets waar de aanvullende zorg veel in kan betekenen. Daar kunnen we winnen, maar dan moeten we ons wel met ziln allen zichtbaar maken.' Anne-Marie: 'ln Zwitser and heeÍt de regering zelÍ een onafhankelijk onderzoek ingesteld naar het eÍfect van vijf complementaire therapieën: homeopathie, kruidengeneeskunde, TCM, antroposofische geneeskunde en neurale therapie. Omdat het én heel effectieÍ bleek te zijn én kostenbesparend, zitten deze nu in het basispakket Een geweldig resultaat, dat wij als natuurgeneeskundig therapeuten misschien ook kunnen bereiken door mee te doen aan het eveneens onafhankelijke onderzoek van SoÍfos.

De werkzaamheid van een gecombineerde (natuurgeneeskundige en biofysische) behandeling bij diverse aandoeningen - 7 Dec 2012

In een praktijk voor biofysische geneeskunde en natuurgeneeskunde te Venlo (behandelend arts W.A. van Walt van Praag) werd in een totaal 29 maanden (2007/2010) durende patiëntenserie met voor- en nametingen de werkzaamheid getoetst van een gecombineerde behandeling bij patiënten met diverse aandoeningen. Biofysische geneeskunde is een behandelmethode waarbij men ervan uitgaat dat de fysiologische processen in het organisme gestuurd en gereguleerd worden door elektromag- netische signalen en niet zozeer door chemische (moleculaire) processen. Bij de behandeling en begeleiding (4 consulten over een periode van 12 maanden) werd ook gebruikgemaakt van biofysische apparatuur (elektromagnetische invloeden). Het onderzoek werd uitgevoerd door medewerkers van Onderzoeksbureau Soffos te Rijen.

Voor de intake en na 3, 6 en 12 maanden werden twee uitkomstmaten bepaald: ten eerste een ge- zondheidsscore op basis van een door proefperso- nen ingevulde kwaliteit van leven-vragenlijst (RAND). Ten tweede een door de arts gemeten ziektescore op basis van reguliere, natuurgeneeskundige en biofysi- sche parameters. In totaal werden 93 proefpersonen (die via een informed consent persoonlijk akkoord waren gegaan) geïncludeerd (geen exclusiecriteria). Zij zochten vooral hulp bij allergieën, maag- en darmziekten, huidziekten en aandoeningen van het bewegingsapparaat. Kenmerken van de populatie: relatief hoogopgeleid, gemiddeld 42 jaar oud en ongeveer 60% vrouw.

Van de 93 proefpersonen maakten 35 alleen gebruik van het intakegesprek inclusief leefwijze-adviezen (groep 0); 39 personen participeerden de volledige twaalf maanden inclusief de natuurgeneeskundige en biofysische behandelingen (groep 1) en 19 kregen net als groep 0 alleen een intakegesprek maar vul- den daarnaast wel de RAND-vragenlijsten in (groep 2).

Zowel de arts als de patiënten constateerden gemiddeld gezien een duidelijke verbetering in de gezondheidstoestand. Volgens de patiënten werd de grootste gezondheidswinst in de eerste 3 maanden behaald. De arts constateerde ook na 3 maanden nog een substantiële verbetering. De gemiddelde gezondheidsscore van de natuurgeneeskundig en biofysisch behandelde proefpersonen (groep 1) steeg in de loop van de 12 maanden significant met 23,7% (van 59 naar 73 punten). De gemiddelde ziek- tescore bij deze groep daalde significant met 67,8% (van 90 naar 29 punten).

De gezondheidsscore van de 19 mensen die alleen de intake deden maar wel de vragenlijsten invulden (groep 2) steeg (niet-significant) met 11,4% (van 61 naar 68 punten). Het ziektescore-verloop was bij deze groep niet beschikbaar.

Van de 35 patiënten die alleen een intakegesprek inclusief adviezen kregen (groep 0), werden geen gegevens geregistreerd over het verloop van hun gezondheidstoestand. De vraag of biofysische geneeskunde ook in het algemeen en in andere settings werkzaam kan zijn, kan in deze exploratieve studie niet worden beant- woord. Een grootschaliger vervolgstudie met een (gecontroleerd) multicenter design zal hier antwoord op moeten geven.

Zorg natuurlijk bewijzen - 18 Oct 2012
Ons zorgstelsel kraakt in zijn voegen. Dagelijks krijgen we te horen dat de zorg onbetaalbaar wordt. Eigen bijdragen en eigen risico's gaan omhoog en het pakket wordt uitgekleed. Overwogen wordt om dure medicijnen voor zeldzame ziekten niet meer te vergoeden. Maar ook berichten over slecht functionerende zorgverleners en zorginstellingen zijn aan de orde van de dag. Alle aandacht is gefocust op het zo goed mogelijk in stand houden van de reguliere zorg en de waarde van complementaire en alternatieve vormen van zorg wordt al snel vergeten of gebagatelliseerd. Dat is geen gezonde ontwikkeling. Het Vakblad heeft daarom gezocht naar een mogelijkheid om therapeuten in de gelegenheid te stellen de waarde van hun werk aan te tonen via wetenschappelijk onderzoek. Het artikel van Onderzoeksbureau Soffos over effectmeting in nummer 6/12 van dit vakblad biedt die mogelijkheid. Jouw deelname is daarbij van groot belang.
De effecten van stress en wat er aan te doen - 31 Jul 2012

Melissa Remeeus, Jenny Schüsler-Lin, Hans Erdbrink en Marij Schüsler-van Hees

Werkstress zorgt jaarlijks voor veel ziekteverzuim en hoge kosten. Daarom is het belangrijk dat bedrijfsartsen weten wat de mechanismen achter stress zijn, wat voor effecten stress heeft op autonoom functioneren en wat er aan gedaan kan worden.

In dit artikel wordt aangegeven dat stress invloed kan hebben op het ontstaan, de voortgang en het herstelproces van ziektes zoals HIV, kanker, diabetes, reuma en cardiovasculaire aandoeningen. Een nieuwe klinische parameter om stress en de effecten hiervan te meten is hartritmevariatie (HRV). Een verminderde HRV wijst op autonoom disfunctioneren. HRV blijkt beïnvloedbaar en te verbeteren te zijn met behulp van hartcoherentietraining. Om de effectiviteit van deze training aan te tonen is de stress-REM (stress-Reductie Effect Meting) ontwikkeld. Dit valide meetinstrument toont aan dat er een positief effect zichtbaar is. Het verbeteren van HRV kan een eerste stap zijn van een arts om stress en daarmee ziekteverzuim binnen een bedrijf tegen te gaan.

  • In dit artikel staat centraal welk effect stress heeft op het autonome zenuwstelsel en lichamelijke aandoeningen en wat voor rol hartritmevariatie (HRV) hierbij speelt.
  • Met behulp van hartcoherentietraining is het mogelijk om een verminderde HRV te beïnvloeden en te verbeteren.
  • De stress-REM (stress-Reductie Effect Meting) is speciaal door onderzoeksbureau Soffos ontwikkeld voor vragenlijstonderzoek om de effectiviteit van hartcoherentietrainingen te onderzoeken.
De stress-REM gevalideerd - 9 May 2012
De stress-REM is ontwikkeld om te zien hoe groot het effect is van een stress reductie programma. In dit validatieonderzoek wordt zichtbaar gemaakt of de stress-REM het construct meet dat het zegt te meten, namelijk stress en een aantal aspecten van stress: psychisch welbevinden, sociaal welbevinden, gezondheid, coping, time management, cognitie, emotie, gedrag en fysiek welbevinden. Er is gekeken naar de betrouwbaarheid van de stress-REM en van de verschillende dimensies. Daarnaast werd er gekeken naar de relaties tussen de overeenkomstige dimensies van de stress-REM, de medische klachten vragenlijst en de mindfulness vragenlijst, als aanwijzing voor inhoudsvaliditeit.
Effectmeting in de complementaire zorg? - 1 Apr 2012
ln het Vakblad voor de Natuurgeneeskundige, editíe 6/11, geven drie koepels van beroepsverenigingen hun visie op de toekomst. Hoewel zij ieder een eigen invalshoek kiezen, loopt er wel een rode draad door hun betoog. Wij vatten die samen onder de begrippen kwaliteit, transparantie en effectiviteit. Ze geven ook allemaal aan dat de complementaire zorg relatief in de luwte zit. Dat lijkt comfortabel, maar schijn bedriegt.
Het effect van bioresonantietherapie op de kwaliteit van leven bij patiënten met verschillende aandoeningen en klachten - 9 Sep 2011
Het effect van bioresonantietherapie op de kwaliteit van leven bij patiënten met verschillende aandoeningen en klachten. Een prospectieve multicenter pilotstudie
In deze 12 maanden durende prospectieve pilotstudie werd het effect onderzocht van bioresonantie-therapie (BT) op de kwaliteit van leven
van patiënten. BT is een pijnloze en niet-invasieve behandelmethode waarbij gewerkt wordt met zoge- naamde biofotonen. De vraagstelling luidde: in hoeverre bevordert BT met behulp van het BICOM2000® apparaat de kwaliteit van leven, gemeten met behulp van vragenlijsten, bij patiënten met diverse aandoeningen en klachten. De studie werd uitgevoerd door onderzoeksbureau Soffos te Rijen op verzoek van de firma Twillmed te Harderwijk, importeur van het BICOM2000® apparaat.
Een groep van 138 patiënten met diverse aandoeningen en klachten werd behandeld met BT. Deze proefpersonen werden gerekruteerd uit de patiëntenpopulatie van negen BT-praktijken. Om een indruk te krijgen van mogelijke ‘normaal’ optredende wisselingen in de kwaliteit van leven, werd tegelijkertijd ook bij een groep van 32 gezonde en niet behandelde proefpersonen de ‘kwaliteit van leven (QoL)’ vragenlijst afgenomen. Daarnaast nam nog een bescheiden groep van 5 uitsluitend regulier behandelde patiënten met alleen maag- en/of darmklachten aan het onderzoek deel. De door 138 BT-patiënten gerapporteerde klachten werden geregistreerd volgens de NHG-indeling in 21 categorieën aandoeningen en klachten.
Gedurende de onderzoeksperiode van 1 jaar konden we bij 85 van de 138 met BT behandelde patiënten alle benodigde follow-up data verkrijgen. Bij de groep niet-behandelde gezonde proefpersonen konden we bij 14 van de 32 personen over de volledige follow-up data beschikken.
Alle proefpersonen werd gevraagd viermaal de RAND-36 QoL vragenlijst in te vullen; de eerste maal bij het begin van het onderzoek en vervolgens na 3 resp. 6 en 12 maanden. Voor elke proefpersoon werd op basis van de enquêteantwoorden een kwaliteit van leven op een schaal van 0 tot 100 berekend.
De gemiddelde kwaliteit van leven van de met BT behandelde groep steeg in de loop van de 12 maanden met 12.3 punten (20%). Deze stijging is significant (p=0.000).
De gemiddelde kwaliteit van leven van de groep gezonde proefpersonen daalde in de loop van 12 maanden met 0.8 punten (1%), hetgeen niet significant is. De gemiddelde kwaliteit van leven van de 5 regulier behandelde patiënten steeg in de loop van 3 maanden met 5.0 punten (9.6%). Deze stijging is niet significant, maar wel substantieel.
Bij de met BT behandelde proefpersonen werd bij 7 van de 21 categorieën aandoeningen en klachten een significante stijging van de gemiddelde kwaliteit van leven gemeten. Voor chronische vermoeidheid & check up steeg de score met 24.0 punten, voor psychologische klachten met 17.9 punten, voor maag- en darmziekten met 11.5 punten, voor huidziekten met 7.5 punten, voor aandoeningen van het bewegingsapparaat met 19.0 punten, voor aandoeningen van de luchtwegen met 17.8 punten en voor vrouwen- ziekten met 9.2 punten. De significantie van deze cijfers is duidelijk gerelateerd aan het gegeven dat de meest gerapporteerde aandoeningen en klachten binnen deze 7 categorieën vielen. In hoeverre deze verbetering in kwaliteit van leven aan de bioresonantietherapie te danken was, zal in beter gecontroleerd vervolgonderzoek met meer patiënten verder onderzocht moeten worden.